ECLI:NL:CRVB:2018:2136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit bijzondere bijstand griffierecht
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor het griffierecht in een procedure bij de rechtbank Den Haag, welke aanvankelijk buiten behandeling werd gesteld. De voorzieningenrechter beval het college het griffierecht als voorschot te betalen, waarna het college bijzondere bijstand toekende. Appellant betaalde het griffierecht niet tijdig, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Appellant vorderde vervolgens schadevergoeding wegens het onrechtmatige besluit van het college.
De rechtbank wees het verzoek tot schadevergoeding af omdat appellant onvoldoende aantoonde dat hij daadwerkelijk schade had geleden en er onvoldoende causaal verband was tussen het onrechtmatige besluit en de niet-ontvankelijkverklaring. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het besluit tot buitenbehandelingstelling onrechtmatig was, maar dat de schade niet aan het college kan worden toegerekend omdat de griffierechtbetaling de eigen verantwoordelijkheid van appellant was.
Appellant had mogelijkheden om uitstel of vermindering van betaling te vragen bij de griffier en had verzet kunnen instellen tegen de niet-ontvankelijkverklaring. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de griffierechtbetaling de eigen verantwoordelijkheid van appellant is.