ECLI:NL:CRVB:2018:2170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, laatstelijk werkzaam als inpakster, meldde zich ziek met zwangerschapsklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde bij besluit vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Dit besluit werd in bezwaar gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het bestreden besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellante niet waren onderschat. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 26 mei 2015 werd als juist beoordeeld, evenals de geschiktheid van de geselecteerde functies volgens de arbeidsdeskundige.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar klachten waren onderschat en dat een urenbeperking noodzakelijk was. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank en bevestigde dat de functies passend waren en het medisch onderzoek zorgvuldig. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.