ECLI:NL:CRVB:2018:2186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, laatst werkzaam als productiemedewerker, meldde zich ziek met astma en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling stelde het UWV vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering. Appellante maakte bezwaar en beroep, waarna het UWV vijf andere functies selecteerde die passend zouden zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functies passend waren. In hoger beroep voerde appellante aan dat er meer beperkingen, waaronder PTSS, hadden moeten worden meegenomen en dat de functies ongeschikt waren. Tevens stelde zij dat er per datum in geding een urenbeperking had moeten gelden vanwege een obsessieve persoonlijkheidsstoornis.
De Raad volgde het UWV en de rechtbank, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er op de datum in geding geen urenbeperking nodig was. De latere urenbeperking werd erkend voor een latere datum. De Raad concludeerde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 29 november 2014 na zorgvuldige medische beoordeling.