Uitspraak
16.7691 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen sinds 1 oktober 2009 bijstand op grond van de Participatiewet. Na een melding dat appellant werkzaam was in een garagebedrijf, stelde de sociale recherche een onderzoek in. Dit leidde tot het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel om de bijstand vanaf 1 januari 2014 in te trekken en de kosten van bijstand terug te vorderen tot een bedrag van €28.319,37.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij de inlichtingenverplichting niet hadden geschonden omdat appellant alleen sleutelde aan motoren van zijn zoon en dat de werkzaamheden beperkt waren. De Raad oordeelde echter dat appellant ook andere op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte, zoals openen en sluiten van de garage en het bedienen van klanten.
De Raad vond dat de omvang van de werkzaamheden niet schattenderwijs kon worden vastgesteld en dat appellanten onvoldoende hadden onderbouwd dat zij recht hadden op bijstand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Er werd ook geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.