Uitspraak
17.6835 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
van in totaal € 170,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten waren in beroep gegaan tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarbij hun bijstand inclusief vakantiegeld over mei 2016 met 100% was verlaagd gedurende één maand. De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard.
Vervolgens heeft het college op 5 juni 2018 een nader besluit genomen waarbij de opgelegde maatregel werd ingetrokken en appellanten een bedrag van € 958,76 over mei 2016 werd nabetaald. Hierdoor is het geschil feitelijk opgelost.
Appellanten gaven aan dat zij met dit besluit hun doel hadden bereikt en alleen nog een uitspraak wensten over de proceskostenvergoeding. De Raad oordeelde dat appellanten geen belang meer hadden bij het hoger beroep en verklaarde dit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
De Raad veroordeelde het college tot betaling van de proceskosten van appellanten, bestaande uit drie punten à € 501,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 170,-. De uitspraak werd gedaan door F. Hoogendijk en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na intrekking van de maatregel en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.