ECLI:NL:CRVB:2018:2259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldigheid verzekeringsgeneeskundig onderzoek en passendheid functies bij WIA-uitkering
Appellant, werkzaam als vleessnijder, meldde zich in 2008 ziek met psychische klachten. Na een WGA-uitkering werd deze in 2015 beëindigd op grond van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek door psychiater Van Laarhoven. Appellant stelde dat het onderzoek onvoldoende was en dat er meer beperkingen moesten worden aangenomen, onder meer vanwege nek- en rugklachten.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen passend waren. De Raad bevestigt dit oordeel, wijst op de motiveringen in het rapport van Van Laarhoven en het ontbreken van relevante nieuwe medische informatie. De Raad stelt dat het verzoek om schadevergoeding niet kan worden toegewezen.
De uitspraak bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door de Centrale Raad van Beroep op 25 juli 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.