ECLI:NL:CRVB:2018:2267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, werkzaam als medewerker houtbewerking, viel in 1998 uit wegens rugklachten en later psychische klachten. Na een herbeoordeling door het UWV in 2015 werd zijn WAO-uitkering verlaagd naar een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, dat door de rechtbank Oost-Brabant ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde waarom werd afgeweken van de diagnose van de behandelend psychiater. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) hield rekening met de beperkingen zoals een maximale zitduur van een halfuur en buigcapaciteit.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de psychische en rugklachten onvoldoende waren meegewogen en verwees naar een brief van een orthopedisch chirurg. De Raad stelde vast dat deze informatie niet tot een ander oordeel leidt, omdat de beperkingen al in de FML waren verwerkt. Ook de geschiktheid van de geselecteerde functies werd bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en het bestreden besluit van het UWV. Er is geen aanleiding om de proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.