ECLI:NL:CRVB:2018:2268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn bij WIA-uitkering
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een WIA-uitkering per 1 december 2014. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. Appellant voerde aan dat zijn psychische gesteldheid hem belemmerde tijdig beroep in te stellen en verwees naar medische verklaringen.
De Raad onderzocht de medische stukken en concludeerde dat ondanks de psychische problemen appellant wel in staat was andere belangrijke zaken te regelen, zoals het verkrijgen van zelfstandige huisvesting en het aanvragen van een bijstandsuitkering. Dit duidde op het vermogen om, eventueel met hulp, tijdig beroep in te stellen.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het voor hem onmogelijk was om binnen de beroepstermijn een beroepschrift in te dienen. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.