ECLI:NL:CRVB:2018:2305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek en arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellante was werkzaam als callcenter medewerker en meldde zich ziek wegens fysieke en psychische klachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV beperkingen vast en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Bij bezwaar stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij en beëindigde de WIA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld en weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Tevens concludeerde de rechtbank dat de voorgehouden functies binnen de belastbaarheid van appellante vielen en dat zij het vereiste opleidingsniveau had.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was, dat er sprake was van chronische oververmoeidheid en dat de geselecteerde functies niet passend waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat er geen aanleiding was tot twijfel aan de vastgestelde beperkingen en dat de functies passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.