ECLI:NL:CRVB:2018:2307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en WGA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, voormalig productiemedewerker, meldde zich in 2012 ziek vanwege psychische klachten. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 100% vast en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Na een herbeoordeling in 2015, op verzoek van de werkgever, werd de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 53,32% en werd de uitkering omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering.
Appellante maakte bezwaar tegen deze herbeoordeling en stelde dat haar beperkingen, waaronder paniekaanvallen en medicatiebijwerkingen, zwaarder moesten worden meegewogen. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De verzekeringsartsen hadden een gedegen dossieronderzoek verricht, inclusief psychisch en lichamelijk onderzoek en overleg met de behandelend psychiater. De Raad oordeelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de daarop gebaseerde functies passend waren en dat de beperkingen juist waren ingeschat. Ook de door appellante overgelegde aanvullende medische informatie bracht geen wijziging in het oordeel teweeg.
De Raad concludeerde dat de belastbaarheid van appellante niet werd overschreden en dat de hoogte van de WGA-uitkering terecht ongewijzigd bleef. Er werd geen aanleiding gezien om het bestreden besluit te vernietigen, en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 53,32% arbeidsongeschiktheid en handhaving van de WGA-uitkering.