Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt een gedeeltelijk ouderdomspensioen en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). De Sociale verzekeringsbank (Svb) trok de AIO-aanvulling in omdat haar meerderjarige zoon met een IOAW-uitkering bij haar inwoont, waardoor de kostendelersnorm van toepassing is. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de kostendelersnorm niet van toepassing zou moeten zijn, dat de rekenmethode onjuist was en dat toepassing tot een onredelijke en onbillijke situatie leidde. De Raad oordeelde dat de kostendelersnorm terecht is toegepast, ongeacht het inkomen van de medebewoner of de feitelijke kostenverdeling. Ook het argument van onredelijkheid werd verworpen omdat de norm dwingendrechtelijk is en geen ruimte biedt voor maatwerk buiten de uitzonderingen.
Verder oordeelde de Raad dat het onderscheid tussen AOW-gerechtigden met volledig pensioen en appellante die een AIO-aanvulling ontvangt, geen ongelijke behandeling inhoudt. De wetgever heeft bewust gekozen de kostendelersnorm niet in de AOW toe te passen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling op grond van de kostendelersnorm.