ECLI:NL:CRVB:2018:2368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.C.R. Schut
- J.J.A. Kooijman
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit over niet melden van op geld waardeerbare werkzaamheden en aanvullend recht
Appellanten hebben in de periode van 28 oktober 2015 tot en met 5 januari 2016 op geld waardeerbare werkzaamheden verricht voor een instantie, welke zij niet hebben gemeld bij het college van burgemeester en wethouders van Helmond. Dit was een schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank Oost-Brabant had het besluit van 11 juli 2016 vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij recht hadden op volledige of aanvullende bijstand indien zij destijds wel hadden gemeld. Zij overlegden verklaringen en prognoses, maar deze waren niet gerelateerd aan de periode in geding en boden geen inzicht in de omvang van de werkzaamheden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellanten niet zijn geslaagd in het aannemelijk maken van hun aanvullend recht. Daarom werd de aangevallen uitspraak bevestigd en is er geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt recht te hebben op aanvullende bijstand en handhaaft de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit.