ECLI:NL:CRVB:2018:2371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken dienstverband
Appellant, een voormalig beroepsmilitair die in 1994-1995 was uitgezonden naar voormalig Joegoslavië, verzocht in 2015 om een militair invaliditeitspensioen vanwege psychische klachten. Na verzekeringsgeneeskundig onderzoek en psychiatrisch rapport werd geconcludeerd dat de psychische aandoeningen en addictieproblemen niet waren veroorzaakt door of verergerd tijdens de militaire dienst.
De staatssecretaris van Defensie weigerde het pensioen toe te kennen, hetgeen door appellant werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat er onvoldoende bewijs was voor een oorzakelijk dienstverband. De Raad bevestigt dit oordeel, stellende dat de medische rapporten geen objectieve diagnose van PTSS of een dienstverband ondersteunen.
De Raad oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft afgewezen, mede omdat de door appellant ingeschakelde psycholoog geen contra-expertise kon leveren en de beschikbare gegevens geen duidelijke diagnose PTSS bevatten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om militair invaliditeitspensioen wordt afgewezen wegens ontbreken van een dienstverband met de psychische aandoeningen.