ECLI:NL:CRVB:2018:2377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invaliditeitspercentage 20% bij toekenning bijzondere invaliditeitsverhoging aan marinier
Betrokkene, een marinier die in 2006 naar Afghanistan werd uitgezonden, liep tijdens zijn uitzending verwondingen op aan nek, gehoor en kaak. Een geneeskundig onderzoek in 2013 concludeerde dat betrokkene lijdt aan nek-, gehoor- en kaakklachten, waarbij voor de nek een mate van invaliditeit van 15% werd vastgesteld. De staatssecretaris kende aanvankelijk een invaliditeitspercentage van 15% toe met een bijzondere invaliditeitsverhoging van 2,5% met ingang van 1 juli 2014.
Bij een besluit in maart 2016 werd de ingangsdatum van de invaliditeitsverhoging vervroegd naar 15 mei 2012, maar het invaliditeitspercentage bleef gehandhaafd. De rechtbank vernietigde dit besluit en stelde het invaliditeitspercentage vast op 20%, omdat de WPC-code 0404, die van toepassing is op de nekklachten, een invaliditeitspercentage van 20% vermeldt. De rechtbank oordeelde dat de WPC-schaal als minimumpercentages geldt en niet partieel toegepast mag worden.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen dit oordeel, stellende dat de WPC-codes partieel en vergelijkenderwijs mogen worden toegepast. De Raad bevestigde deze vaste rechtspraak en nam het beroep van de staatssecretaris ter zitting gedeeltelijk terug, waardoor het invaliditeitspercentage van 20% gehandhaafd bleef. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbetering van gronden en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Invaliditeitspercentage vastgesteld op 20% met bevestiging van het bestreden besluit en veroordeling in proceskosten.