ECLI:NL:CRVB:2018:2388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant was sinds 2009 werkzaam bij zijn ex-werkgever en viel in 2012 uit wegens gezondheidsklachten. Het UWV stelde in 2014 vast dat appellant recht had op een WIA-uitkering van €0,00, omdat hij geschikt werd geacht zijn werkzaamheden te verrichten. Zowel appellant als ex-werkgever maakten bezwaar, maar deze werden ongegrond verklaard.
De rechtbank bevestigde dit oordeel in 2016, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant met aanpassingen zijn functie kon blijven vervullen. Appellant ging in hoger beroep en bracht een nieuw medisch rapport in van een verzekeringsarts van Ergatis, die meer beperkingen constateerde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die appellant uitgebreid onderzocht had en de bevindingen van Ergatis weerlegde, overtuigend was. Er was geen reden om een onafhankelijke deskundige aan te stellen. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant op een hogere WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.