ECLI:NL:CRVB:2018:2395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep in zaak dagloonvaststelling WW-uitkering
Betrokkene was het niet eens met het door het UWV vastgestelde dagloon van €97,66 per 1 september 2015 voor zijn WW-uitkering. Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar gegrond en stelde het dagloon bij op €106,21. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval een nieuwe beslissing op bezwaar, waarbij het UWV ook werd veroordeeld in proceskosten van betrokkene.
Het UWV stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar trok dit later in. Betrokkene verzocht daarop om vergoeding van de proceskosten in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat betrokkene redelijkerwijs kosten had moeten maken en veroordeelde het UWV tot vergoeding van €1.263,84 aan proceskosten.
De uitspraak bevestigt dat bij intrekking van hoger beroep het bestuursorgaan op verzoek van de andere partij kan worden veroordeeld in de proceskosten, waarbij de Raad de hoogte van de kosten op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht vaststelde.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van €1.263,84 aan proceskosten aan betrokkene na intrekking van het hoger beroep.