ECLI:NL:CRVB:2018:2437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor functies binnen Wet WIA
Appellante, voormalig verpleeghulp, meldde zich ziek met bekkenklachten en ontving diverse uitkeringen waaronder op grond van de Wet arbeid en zorg en de Werkloosheidswet. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor meerdere functies binnen de Wet WIA. Hierdoor werd haar Ziektewetuitkering per 10 februari 2016 beëindigd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door lichamelijke en psychische klachten niet in staat was om de functies te vervullen en dat het gesprek met de verzekeringsarts niet goed verliep. Zij overhandigde medische stukken ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht de uitkering beëindigde omdat appellante geschikt was voor ten minste één functie volgens de Wet WIA. De medische stukken waren onvoldoende om het tegendeel aan te tonen. Ook werd rekening gehouden met de psychische klachten. De opmerkingen van de verzekeringsarts leidden niet tot twijfel over de medische beoordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht beëindigd omdat zij geschikt is voor ten minste één functie binnen de Wet WIA.