ECLI:NL:CRVB:2018:2449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid over woonsituatie
Appellant vroeg bijstand aan op 15 februari 2016 en gaf aan geen vast woonadres te hebben, maar noemde een feitelijk verblijfsadres waar hij ingeschreven stond. Tijdens een gesprek met een inkomensconsulent gaf hij aan dat hij een kleine kamer huurde in een woning waar ook anderen woonden, maar hij beschikte niet over een sleutel en de hoofdbewoner wilde niet dat hij alleen met diens echtgenote in de woning was.
Het college wilde een huisbezoek afleggen om de woonsituatie te controleren, maar de hoofdbewoner weigerde toestemming omdat zijn echtgenote alleen thuis was. Appellant kon hierdoor niet meewerken aan het huisbezoek. Het college wees de aanvraag af omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld zonder medewerking aan het huisbezoek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad overwoog dat appellant verantwoordelijk is voor het verstrekken van juiste en volledige informatie en dat het weigeren van medewerking aan het huisbezoek voor zijn risico komt. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en werd het beroep afgewezen.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende medewerking aan het huisbezoek en onduidelijke woonsituatie.