ECLI:NL:CRVB:2018:2459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende aannemelijkheid woonsituatie bij zus
Appellant heeft op 28 december 2015 een aanvraag om bijstand ingediend en verklaard te wonen bij zijn zus op een opgegeven adres. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees de aanvraag af wegens onvoldoende gegevens over de woonsituatie. In bezwaar leverde appellant aanvullende verklaringen, maar geen huurcontract.
Een onderzoek van de gemeente wees uit dat appellant sinds november 2015 als briefadres op het opgegeven adres stond ingeschreven en zelf verklaarde meerdere logeeradressen te hebben, met zijn hoofdverblijf bij zijn moeder. De verklaringen van de zus en buurtbewoners boden onvoldoende duidelijkheid en waren deels tegenstrijdig.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij gedurende de te beoordelen periode zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres bij zijn zus, zodat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf had bij zijn zus.