ECLI:NL:CRVB:2018:2470
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep op loonaanvullingsuitkering na beëindiging dienstverband
Appellant was werkzaam in loondienst en ontving een loonaanvullingsuitkering op grond van de Wet WIA. Na ziekmelding op 11 november 2014 en beëindiging van zijn dienstverband per 1 april 2015, wijzigde het UWV de uitkering van loonaanvulling naar een WGA-vervolguitkering.
Appellant stelde in beroep dat tijdens een chatsessie met een medewerker van het UWV op 24 februari 2015 het gerechtvaardigd vertrouwen was gewekt dat hij ook na beëindiging van zijn dienstverband recht zou houden op de loonaanvullingsuitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de wettelijke regeling dit niet toestaat en er geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging was gedaan.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Hoewel de medewerker onjuiste informatie gaf, was deze niet bevoegd om toezeggingen te doen die het UWV binden. Daarom kan appellant zich niet beroepen op het vertrouwensbeginsel. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.