Uitspraak
17.4348 AOR
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 1949, diende in mei 2016 een aanvraag in voor toekenning van uitkeringen op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Verweerder wees de aanvraag af omdat de psychische en lichamelijke klachten van appellante niet in verband staan met de oorlogsomstandigheden, maar met andere oorzaken.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat haar klachten wel voortkomen uit de ongeregeldheden in Makassar in 1950. De Raad baseerde zich op medische adviezen van geneeskundige adviseurs die concludeerden dat de traumatische ervaringen in haar vroege gezinssituatie zwaarder wegen dan de korte oorlogservaringen op babyleeftijd.
De Raad vond de medische rapporten van de adviseurs van verweerder goed gemotiveerd en zag geen aanleiding voor nader onderzoek. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de AOR-aanvraag wordt ongegrond verklaard.