ECLI:NL:CRVB:2018:2489
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als oorlogsgetroffene op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling
Appellante heeft meerdere aanvragen ingediend voor toekenningen op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR), die telkens zijn afgewezen wegens gebrek aan bevestiging dat zij oorlogsgebeurtenissen persoonlijk heeft meegemaakt. De Raad bevestigt dat de eerste voorwaarde voor erkenning is dat de aanvrager daadwerkelijk betrokken is geweest bij oorlogsomstandigheden zoals bedoeld in de AOR.
In deze zaak zijn geen objectieve gegevens overgelegd die het relaas van appellante over beschietingen en bestormingen door pemoeda’s bevestigen. Verklaringen van familieleden en een behandelend psycholoog bieden onvoldoende bewijs om de persoonlijke betrokkenheid bij oorlogsgebeurtenissen aannemelijk te maken.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellante onvoldoende bewijs levert dat zij persoonlijk oorlogsgebeurtenissen heeft meegemaakt.