ECLI:NL:CRVB:2018:2495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- B.J. van de Griend
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafontslag wegens plichtsverzuim bij verkoop schoolgoederen
Appellant was sinds 2009 in dienst van een onderwijsinstelling en bekleedde meerdere functies. Het college van bestuur stelde een vermoeden van plichtsverzuim vast, waaronder het zonder toestemming verkopen van schoolgoederen zoals een hydraulische pijpbuigmachine en een vlakslijpmachine, en het weggeven van eigendommen. Na een disciplinair onderzoek legde het college appellant ontslag op, wat werd bevestigd in bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant de grondslag van het ontslag, stellende dat de machines waardeloos waren en hij gemandateerd was voor verkoop. De Raad oordeelde dat de machines een substantiële waarde hadden en dat appellant geen toestemming had voor de verkoop. Het contant ontvangen bedrag van € 75,- werd niet ten goede van de school gebracht, wat zwaar werd aangerekend.
Het plichtsverzuim vormde een voldoende grondslag voor strafontslag. De Raad vond dat appellant in zijn zelfstandige functie professioneel had moeten handelen en dat het college terecht belang hecht aan transparantie over schoolgoederen. Het subsidiaire ontslag wegens ongeschiktheid bleef onbesproken. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het strafontslag wegens plichtsverzuim.