Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam bij de politie sinds 1984, werd geschorst en ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit omvatte onder meer het herhaaldelijk raadplegen van politiesystemen voor privédoeleinden, het delen van informatie met derden en het meenemen van geld uit een casino zonder melding.
De korpschef stelde een disciplinair onderzoek in dat leidde tot het schorsings- en ontslagbesluit. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond, waarbij zij zich beperkte tot drie gedragingen die het ontslag rechtvaardigen.
De Raad bevestigt dat het bestuursorgaan voldoende gronden had voor schorsing en ontslag, dat het verdedigingsbeginsel niet is geschonden en dat het disciplinaire onderzoek zorgvuldig en objectief was. De Raad acht het plichtsverzuim ernstig genoeg voor onvoorwaardelijk ontslag en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.