ECLI:NL:CRVB:2018:2509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gesloten buitenwagen op grond van de Wmo wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een vervoersvoorziening in de vorm van een gesloten buitenwagen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer wees deze aanvraag af, stellende dat appellante voldoende gecompenseerd wordt door een scootmobiel en regiotaxi en dat er geen medische noodzaak voor een gesloten buitenwagen bestaat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college het besluit mocht baseren op een zorgvuldig medisch advies. Appellante stelde in hoger beroep dat er wel een medische noodzaak bestond en overhandigde nieuwe medische verklaringen van haar behandelend neuroloog en reumatoloog. Het college handhaafde het besluit en de Raad benoemde een onafhankelijke deskundige voor nader onderzoek.
De deskundige concludeerde dat er geen strikte medische indicatie is waarom appellante het grootste deel van het jaar geen gebruik kan maken van haar scootmobiel met warmte-isolatie. Hoewel het vermijden van extreme kou wenselijk is voor het comfort en mentaal welbevinden van appellante, is dit niet medisch-neurologisch geïndiceerd. De Raad vond het rapport zorgvuldig en overtuigend en volgde de conclusie dat het college voldoende compensatie heeft geboden.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag voor een gesloten buitenwagen wordt bevestigd.