ECLI:NL:CRVB:2018:2521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verrekening schuld met bijstand zonder spreiding over maanden
In deze zaak stond de vraag centraal of het college van burgemeester en wethouders van Groningen terecht inkomsten van appellant heeft verrekend met de bijstand over de maanden oktober en november 2015. Het college had een bedrag van €940,08 verrekend, wat niet in geschil was.
Appellant voerde aan dat vanwege bijzondere omstandigheden, namelijk financiële problemen, de verrekening gespreid had moeten worden over meerdere maanden. Dit verweer werd door de Centrale Raad van Beroep getoetst.
De appellant slaagde er niet in de gestelde financiële problemen met verifieerbaar bewijs aan te tonen. Hierdoor werd het beroep verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland bevestigd.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs bij het aanvoeren van bijzondere omstandigheden die een afwijkende verrekening rechtvaardigen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de verrekening van inkomsten met bijstand zonder spreiding wordt bevestigd.