Uitspraak
17.2114 PW-PV, 17/2129 PW-PV
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep tegen aangevallen uitspraak 1 ongegrond;
- verklaart het hoger beroep tegen aangevallen uitspraak 2 niet-ontvankelijk.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen een intrekkingsbesluit van 11 februari 2016, maar dit bezwaar is buiten de daarvoor gestelde termijn ingediend. Appellanten stelden dat zij het besluit pas op 28 mei 2016 hebben ontvangen, terwijl het college het besluit op 11 februari 2016 heeft verzonden. De Raad volgt deze stelling niet, omdat het besluit correct geadresseerd is en voorzien van een verzenddatum, en appellanten geen voldoende onderbouwing geven voor hun latere ontvangst.
De Raad oordeelt dat de enkele stelling van appellanten onvoldoende is om de termijnoverschrijding te verontschuldigen op grond van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarom wordt het hoger beroep tegen de eerste aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
Daarnaast heeft de gemachtigde van appellanten aangegeven dat bij bevestiging van de eerste uitspraak het hoger beroep tegen de tweede aangevallen uitspraak geen procesbelang meer heeft. Dit hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Er worden geen proceskosten toegewezen. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 augustus 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de eerste uitspraak wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep tegen de tweede uitspraak niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.