ECLI:NL:CRVB:2018:2538

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 augustus 2018
Publicatiedatum
15 augustus 2018
Zaaknummer
16/7041 WMO15
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 1 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij geschil WMO

Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Maastricht. Tijdens het onderzoek ter zitting heeft het college nieuwe besluiten genomen die volledig tegemoetkomen aan het hoger beroep van appellante. Hierdoor bestaat er geen inhoudelijk geschil meer tussen partijen.

De Raad heeft het onderzoek geschorst en later gesloten nadat geen van de partijen gebruik maakte van het recht om nader te worden gehoord. Omdat het hoger beroep niet langer een inhoudelijk geschil betreft, verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.

Het college wordt verplicht het door appellante betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep te vergoeden, een bedrag van €170,-. Er zijn geen overige proceskosten toegekend omdat de verleende rechtsbijstand niet beroepsmatig door een derde is verleend.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier L. Boersma, en uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2018.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang en het betaalde griffierecht wordt vergoed.

Uitspraak

16.7041 WMO15

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 7 oktober 2016, 16/619 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Maastricht (college)
Datum uitspraak: 15 augustus 2018
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 december 2017. Appellante is verschenen, bijgestaan door [naam] . Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door W.H.A. Ottenheim.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst.
Het college heeft op 6 februari 2018 en 22 februari 2018 nieuwe besluiten genomen.
Bij brief van 13 maart 2018 heeft appellante de Raad bericht dat de besluiten van 6 februari 2018 en 22 februari 2018 geheel tegemoetkomen aan het hoger beroep en dat zij enkel nog aanspraak maakt op vergoeding van het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht.
Het college heeft laten weten niet van de gelegenheid gebruik te maken een (nader) verweerschrift in te dienen.
Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht (nader) ter zitting te worden gehoord, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Nu tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het – niet ingetrokken – hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
2. Omdat het college aan appellante tegemoet is gekomen, is er aanleiding om te oordelen dat het college het door appellante in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht vergoedt. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken. De door [naam] verleende rechtsbijstand is geen door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat het college aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 170,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van L. Boersma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2018.
(getekend) J. Brand
(getekend) L. Boersma
IvR