ECLI:NL:CRVB:2018:2542

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 augustus 2018
Publicatiedatum
16 augustus 2018
Zaaknummer
16/1921 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep WIA na volledige tegemoetkoming UWV en proceskostenvergoeding

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Na behandeling ter zitting en heropening van het onderzoek nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht zij om een proceskostenvergoeding.

De Raad heeft met toestemming van partijen het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het hoger beroep gesloten. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft de Raad het UWV veroordeeld tot vergoeding van de door appellante gemaakte proceskosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep, alsmede reiskosten.

De vergoeding bedraagt in totaal € 2.026,-. Voor het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak werd gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen in aanwezigheid van griffier R.H. Budde op 9 augustus 2018.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 2.026,- aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.

Uitspraak

16.1921 WIA

Datum uitspraak: 9 augustus 2018
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
16 februari 2016, 15/7239 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J.M.M. Brouwer, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Na behandeling van het geding ter zitting van 15 december 2017 heeft de Raad het onderzoek heropend.
Het Uwv heeft op 23 mei 2018 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij faxbericht van 11 juni 2018 heeft mr. Brouwer namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig de Raad verzocht om het Uwv te veroordelen in de door appellante in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten.
Het Uwv heeft meegedeeld zich te kunnen vinden in de door appellante verzochte vergoeding van proceskosten.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Voor verdere behandeling heeft de meervoudige kamer van de Raad de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 23 mei 2018 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
Ter beoordeling staan alleen nog de door appellante in beroep en hoger beroep gemaakte kosten.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.002,- voor rechtsbijstand in beroep, € 1.002,- voor rechtsbijstand in hoger beroep en op € 22,- voor reiskosten.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb rechtstreeks tot het Uwv wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.026,-.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van R.H. Budde als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 augustus 2018.
(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen
(getekend) R.H. Budde
SSa