ECLI:NL:CRVB:2018:2548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies recht op ziekengeld wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellant was werkzaam als medewerker handinpak en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde bij een eerstejaars Ziektewetbeoordeling vast dat appellant meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen in andere functies, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellant meldde zich opnieuw ziek, maar het UWV concludeerde wederom dat hij geschikt was voor de geselecteerde functies en daarom geen recht meer had op ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen toename van beperkingen was vastgesteld sinds de eerste beoordeling.
In hoger beroep voerde appellant een verslechtering van zijn medische situatie aan, waaronder flauwvallen en verhoogde bloedwaarden, en verzocht om een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat appellant deze stellingen niet had onderbouwd met nieuwe medische stukken en dat er geen twijfel bestond over de juistheid van de eerdere beoordeling.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV om het recht op ziekengeld te beëindigen wordt bevestigd.