ECLI:NL:CRVB:2018:2590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende zorgvuldig medisch onderzoek bij beëindiging WAO-uitkering vanwege ontbreken informatie uroloog
Appellant, die een WAO-uitkering ontving vanwege arbeidsongeschiktheid na een verkeersongeval en psychische klachten, werd door het UWV herbeoordeeld en kreeg zijn uitkering beëindigd per 25 februari 2015 omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de medische beoordeling onzorgvuldig en onvolledig was, omdat geen informatie was opgevraagd bij zijn behandelaars, waaronder een uroloog.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het UWV geen informatie hoefde op te vragen omdat er geen actuele behandeling was en de medische situatie niet was verbeterd. In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was omdat de verzekeringsarts geen informatie had ingewonnen bij de uroloog, terwijl uit het dossier bleek dat hij daarvoor verwezen was.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het UWV terecht geen informatie had opgevraagd bij de psychiater, omdat de behandeling was gestopt. Echter, het niet opvragen van informatie bij de uroloog was onzorgvuldig, aangezien appellant feitelijk al een afspraak had of een consult had gehad. Hierdoor bleef de aard en ernst van de onderbuikklachten onduidelijk, wat leidde tot onvoldoende motivering van het besluit.
De Raad droeg het UWV op binnen zes weken de gebreken in het besluit te herstellen door alsnog informatie in te winnen bij de uroloog of huisarts over de onderbuikklachten van appellant op de datum in geding. De uitspraak werd gedaan door B.M. van Dun op 22 augustus 2018.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen door alsnog informatie in te winnen bij de uroloog of huisarts over de onderbuikklachten van appellant.