ECLI:NL:CRVB:2018:2611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet-wonen op opgegeven adres
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en gaf daarbij een adres op waar hij volgens de basisregistratie personen was ingeschreven. De gemeente Den Haag voerde een onderzoek uit naar zijn woon- en leefsituatie vanwege meerdere verhuizingen en onduidelijkheden.
Tijdens het onderzoek werd appellant niet aangetroffen bij een huisbezoek en gaf hij aan een zwerversbestaan te leiden, waarbij hij bij verschillende vrienden en familie verbleef. De gemeente concludeerde dat appellant niet woonde op het opgegeven adres en wees de aanvraag af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het regelmatig verblijven elders niet betekent dat hij niet op het opgegeven adres woonde. De Raad oordeelde dat het woonadres moet worden bepaald aan de hand van waar iemand werkelijk woont en het centrum van zijn maatschappelijk leven zich bevindt. Gezien de concrete feiten en omstandigheden was het recht op bijstand niet vast te stellen. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvraag.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant niet woonde op het opgegeven adres.