ECLI:NL:CRVB:2018:2651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing en gedeeltelijke inhouding bezoldiging ambtenaar bij ontslagvoornemen
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst, werd geschorst en kreeg een gedeeltelijke inhouding van zijn bezoldiging opgelegd naar aanleiding van een voornemen tot onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestond uit het niet terugbetalen van voorschotten en het niet geven van opening van zaken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de schorsing en inhouding ongegrond en het beroep tegen het ontslagbesluit niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. In hoger beroep heeft appellant betoogd dat hij zijn financiële verplichtingen wel is nagekomen en dat de inhouding van zijn bezoldiging tot onoverkomelijke financiële problemen leidde.
De Raad oordeelt dat het ontslagbesluit in rechte vaststaat en dat het voornemen tot schorsing op voldoende gronden berust. De staatssecretaris heeft zich redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat het niet aanvaardbaar was dat appellant zijn werkzaamheden bleef verrichten. Tevens is het beleid van de staatssecretaris om de bezoldiging gedeeltelijk in te houden binnen redelijke beleidsgrenzen en appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit tot onoverkomelijke financiële problemen leidde.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De schorsing en gedeeltelijke inhouding van bezoldiging worden bevestigd; het hoger beroep wordt afgewezen.