Uitspraak
16.5789 WIA, 17/5918 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt aangevallen uitspraak 1;
- bevestigt aangevallen uitspraak 2 voor zover aangevochten.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen twee uitspraken van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin het UWV werd bevestigd in zijn besluiten om geen WIA-uitkering toe te kennen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en om een Ziektewetuitkering te weigeren na beëindiging van het dienstverband als persoonlijk verzorgende.
Het geschil betreft de vraag of appellant sinds 2009 of later door de ziekte van Huntington en darmklachten zodanig arbeidsongeschikt is geworden dat hij aanspraak kan maken op een WIA-uitkering of Ziektewetuitkering. Appellant stelde dat zijn klachten waren toegenomen en dat het UWV ten onrechte niet terugkwam op eerdere besluiten. Medische informatie van een neuroloog werd ingebracht ter onderbouwing.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die aanleiding gaven om eerdere besluiten te herzien. De medische gegevens ondersteunden niet dat appellant sinds 2009 of in 2012-2013 zodanig arbeidsongeschikt was dat recht op uitkering bestond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken werden bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de besluiten van het UWV worden bevestigd.