ECLI:NL:CRVB:2018:2658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afstemming bijstand wegens door derde betaalde noodzakelijke kosten
Appellante ontvangt sinds 2010 bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een melding dat een derde betalingen aan haar verrichtte, stelde het dagelijks bestuur een onderzoek in. Dit leidde tot een besluit de bijstand vanaf augustus 2013 te herzien en een bedrag van ontvangen giften in mindering te brengen wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Bij het bestreden besluit werd de bijstand over bepaalde perioden verlaagd met bedragen vanwege lagere telefoonkosten en vervoerskosten, omdat deze kosten door een derde werden betaald. Appellante voerde aan dat zij de inlichtingenverplichting niet had geschonden en dat er geen bijzondere omstandigheden waren voor individuele afstemming.
De Raad oordeelt dat de inlichtingenverplichting objectief is en dat appellante de betalingen had moeten melden. Het dagelijks bestuur heeft terecht een individuele afstemming toegepast, omdat de door de derde betaalde kosten behoren tot de noodzakelijke kosten van bestaan en een structurele besparing opleverden. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand wordt terecht verlaagd vanwege door een derde betaalde noodzakelijke kosten.