ECLI:NL:CRVB:2018:2668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit WIA-uitkering ondanks bezwaren appellant over belastbaarheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als lasser, viel uit wegens ademhalings- en psychische klachten. Het UWV stelde een loongerelateerde WGA-uitkering vast met een arbeidsongeschiktheid van 50%. Deze werd later omgezet in een vervolguitkering zonder nieuwe medische beoordeling. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij meer beperkt was vanwege astma, hand- en armklachten en medicatiebijwerkingen.
Het UWV liet een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de belastbaarheid opnieuw beoordelen. De arts wijzigde enkele onderdelen van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), maar de arbeidsdeskundige achtte de functies nog passend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep werd het onderzoek heropend om te beoordelen of de functie Productiemedewerker industrie passend was ondanks overschrijding van het item 'staan tijdens het werk'.
Na overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts bleek dat de belasting binnen de belastbaarheid van appellant viel, omdat de overschrijding incidenteel en opgesplitst was. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd, maar dat dit appellant niet benadeelde. Daarom werd de schending van de motiveringsplicht gepasseerd en het besluit bevestigd met verbetering van gronden.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd met verbetering van gronden.