ECLI:NL:CRVB:2018:267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.T. van den Corput
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging disciplinaire ontslagmaatregel wegens onvoldoende motivering consistentie straftoemeting
Appellant was werkzaam bij de gemeente en kreeg ontslag opgelegd wegens plichtsverzuim, namelijk het wegnemen van goederen van het milieupark. De rechtbank had het ontslagbesluit vernietigd en een voorwaardelijk ontslag opgelegd met een proeftijd van drie jaar. De Raad stelde vast dat appellant zich schuldig had gemaakt aan plichtsverzuim, maar dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de straftoemeting ten opzichte van andere medewerkers niet consistent was.
Het college handhaafde het onvoorwaardelijke ontslag, stellende dat appellant geen opening van zaken had gegeven, de ernst niet inzag en met behulp van een derde goederen had meegenomen. De Raad constateerde echter dat appellant wel degelijk opening van zaken had gegeven en de ernst inzag, en dat het college geen inzicht had gegeven in de verzwarende omstandigheden bij andere medewerkers die minder zwaar waren gestraft.
De Raad oordeelde dat het college hiermee niet voldeed aan het motiveringsvereiste en vernietigde het besluit. De Raad besloot zelf het ontslag op te leggen, maar stelde dit voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijke ontslagbesluit wordt vernietigd en vervangen door een voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van twee jaar.