ECLI:NL:CRVB:2018:2688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toeslag AOW wegens pensioenrecht na 1 januari 2015
Appellant heeft een AOW-pensioen aangevraagd dat met ingang van 1 oktober 2015 is toegekend op 52% van een volledig pensioen. Hij maakte bezwaar tegen de hoogte van het pensioen en het ontbreken van een toeslag, stellende dat hij van 2000 tot 2015 premie voor een vrijwillige verzekering heeft betaald en dat zijn echtgenote geen inkomsten heeft.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft het bezwaar ongegrond verklaard, stellende dat geen recht op toeslag bestaat omdat het pensioenrecht na 1 januari 2015 is ontstaan en dat de vrijwillige verzekering bij de pensioenberekening is meegenomen. De rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft appellant dezelfde gronden aangevoerd, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraken. Artikel 8, eerste lid, van de AOW bepaalt dat alleen personen die vóór 1 januari 2015 recht hadden op AOW-pensioen aanspraak kunnen maken op toeslag. Er zijn geen gronden aangevoerd die twijfel doen ontstaan over de pensioenhoogte zoals vastgesteld door de Svb.
De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd en ziet geen aanleiding tot veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op toeslag bij AOW omdat zijn pensioenrecht is ontstaan na 1 januari 2015.