ECLI:NL:CRVB:2018:2714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling aanvraag bijstand wegens niet overleggen gevraagde gegevens
Appellant, die parttime werkt en duurzaam gescheiden leeft, vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet. Het college verzocht hem meerdere malen om aanvullende gegevens, waaronder een ingevuld inlichtingenformulier en bankafschriften, om de aanvraag te kunnen beoordelen.
Ondanks herhaalde verzoeken, waaronder een hersteltermijn tot 16 februari 2016, leverde appellant niet alle gevraagde stukken aan. Het college stelde daarop de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij alle gevraagde gegevens tijdig had verstrekt en dat het college ten onrechte zijn aanvraag buiten behandeling stelde. De Raad concludeerde echter dat uit het dossier niet bleek dat appellant de gevraagde stukken binnen de gestelde termijn had ingediend en dat essentiële gegevens ontbraken.
Het college had daardoor geen volledig inzicht in de financiële situatie van appellant, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van essentiële gegevens.