ECLI:NL:CRVB:2018:2715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens ontbreken woonkosten bij verblijf in nachtopvang
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet, maar beschikte niet over een eigen woning en verbleef in een nachtopvang van het Leger des Heils. Het college verlaagde haar bijstand met 15% omdat zij geen woonkosten zou hebben. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond, maar handhaafde de verlaging.
In hoger beroep betoogde appellante dat de kosten van verblijf in de nachtopvang wel als woonkosten moeten worden gezien, waardoor de verlaging onterecht zou zijn. De Raad oordeelde dat de nachtopvang niet als woning kan worden aangemerkt en dat de kosten van verblijf niet gelijkgesteld kunnen worden met vaste woonlasten zoals huur, verzekeringen en energie.
De Raad stelde vast dat het college met de 15%-verlaging rekening hield met de beperkte kosten van de nachtopvang en dat de verlaging daarom terecht is toegepast. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 15% wegens ontbreken van woonkosten bij verblijf in nachtopvang wordt bevestigd.