ECLI:NL:CRVB:2018:2718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke financiële situatie en woonplaats
Appellant vroeg op 19 februari 2016 bijstand aan volgens de Participatiewet, maar het college stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling omdat appellant niet op een gesprek verscheen. Na bezwaar werd de aanvraag alsnog inhoudelijk beoordeeld en afgewezen wegens onvoldoende medewerking en onduidelijkheid over woonplaats en levensonderhoud.
Appellant voerde aan dat hij voldoende bewijs had geleverd over zijn financiële situatie, waaronder verkoop van motoronderdelen en vrijwilligersvergoedingen. De Raad oordeelde echter dat de bankafschriften en overige stukken onvoldoende inzicht gaven in zijn inkomsten en uitgaven, en dat het vrijwaringsbewijs geen bewijs leverde van verkoopopbrengsten.
De rechtbank had de afwijzing bevestigd en de Raad vond geen reden dit te wijzigen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag gehandhaafd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van woonplaats en onduidelijke financiële situatie.