ECLI:NL:CRVB:2018:2741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde persoonsgebonden budgetten bij niet-zorggerelateerde begeleiding
Appellant ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg op grond van de AWBZ over de periode van 29 januari 2014 tot en met 31 december 2014. Het zorgkantoor stelde het pgb lager vast en vorderde een deel terug wegens niet-zorggerelateerde bestedingen, waaronder het aanreiken van sigaretten om de rookverslaving van appellant te beheersen.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het aansturen bij rookverslaving geen begeleiding in de zin van artikel 6 van Pro het Besluit zorgaanspraken AWBZ (BzA) is, maar matigde de terugvordering deels. Appellant stelde in hoger beroep dat hij ten onrechte als fraudeur werd aangemerkt en dat het pgb volledig aan zorg was besteed.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het gedoseerd aanreiken van sigaretten wordt niet als zorg aangemerkt omdat het niet gaat om het ondersteunen bij vaardigheden, structuur of regie. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die terugvordering onnodig maken. De terugvordering is daarom terecht en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het zorgkantoor terecht onverschuldigd betaalde persoonsgebonden budgetten heeft teruggevorderd.