Uitspraak
14 augustus 2015, 15/890 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV heeft vervolgens op 31 mei 2018 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarin het geheel aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenvergoeding behandeld. De Raad heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep.
De proceskostenvergoeding is begroot op een totaalbedrag van €3.299,30, inclusief kosten voor rechtsbijstand en reiskosten voor het bijwonen van zittingen. Deze uitspraak is gedaan in het openbaar op 5 september 2018 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €3.299,30 aan proceskosten aan appellante.