ECLI:NL:CRVB:2018:2747

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 september 2018
Publicatiedatum
6 september 2018
Zaaknummer
18/572 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in sociale zekerheidszaak

In deze zaak heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant in een WAO-zaak. Namens de betrokkene is een verweerschrift ingediend. Vervolgens heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

De betrokkene heeft verzocht om een proceskostenveroordeling tegen het bestuursorgaan. De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten, waarna zij heeft overwogen dat het bestuursorgaan op verzoek van een partij in de proceskosten kan worden veroordeeld bij intrekking van het hoger beroep.

Aangezien de rechtbank reeds een proceskostenveroordeling in eerste aanleg had uitgesproken, ging het in hoger beroep alleen nog om de kosten die in hoger beroep zijn gemaakt. De Raad heeft het bestuursorgaan veroordeeld tot betaling van € 501,- aan proceskosten voor verleende rechtsbijstand.

De uitspraak is gedaan door voorzitter J.P.M. Zeijen en griffier L.R. Carlier op 6 september 2018.

Uitkomst: Het bestuursorgaan is veroordeeld tot betaling van € 501,- aan proceskosten aan de betrokkene.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 september 2018
18/572 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van
19 december 2017, 17/2516 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Namens betrokkene heeft mr. M.H.G. in de Braekt een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 8 mei 2018 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. In de Braekt verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Aangezien de rechtbank al een veroordeling in de proceskosten in eerste aanleg heeft uitgesproken, staan voor de Raad nog slechts ter beoordeling de in hoger beroep gemaakte kosten.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 501,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 501,-.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van L.R. Carlier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 september 2018.
(getekend) J.P.M. Zeijen
(getekend) L.R. Carlier
GdJ