ECLI:NL:CRVB:2018:2764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als schoonmaakmedewerkster en meldde zich ziek met lichamelijke klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. Na een melding van verslechtering van haar gezondheid en een medisch onderzoek bleef het UWV bij haar standpunt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat er geen nieuwe medische informatie was en de rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundige voldoende gemotiveerd waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische klachten, waaronder PTSS en depressieve buien, onvoldoende waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beoordeling juist en voldoende gemotiveerd is, dat alle beperkingen zijn verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat er geen reden is voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en weigering WIA-uitkering bevestigd.