Uitspraak
16.7416 ZW
OVERWEGINGEN
Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 8 oktober 2015, ECLI:CE:ECHR:2015:1008JUD007721212 (Korošec).
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als begeleider/slaapwacht en meldde zich ziek na een operatie aan haar been. Het UWV kende haar ziekengeld toe, maar na medisch onderzoek door verzekeringsartsen werd zij per 14 oktober 2015 geschikt geacht voor haar werk en werd de uitkering beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de klachten weliswaar aanwezig waren, maar medisch niet objectiveerbaar waren en onvoldoende aanleiding boden voor beperkingen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij vanwege vermoeidheid en concentratieproblemen niet kon werken en dat een onafhankelijk medisch onderzoek had moeten plaatsvinden, verwijzend naar artikel 6 EVRM Pro en jurisprudentie van het EHRM.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV en de rechtbank zorgvuldig hebben gehandeld, dat de medische onderzoeken adequaat waren en dat het niet op de weg lag van het UWV of de rechter om een aanvullend onafhankelijk medisch onderzoek te gelasten. Er is geen strijd met artikel 6 EVRM Pro. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellante is terecht beëindigd wegens het ontbreken van een medische oorzaak voor haar klachten.