ECLI:NL:CRVB:2018:2796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toestemming voor voortzetting zelfstandige activiteiten met behoud van bijstand
Appellant ontvangt bijstand en heeft een eigen eenmansbedrijf. Hij vroeg toestemming om zijn zelfstandige activiteiten voort te zetten met behoud van bijstand, waarbij hij 45 uur per week aan zijn bedrijf wilde besteden. Het college weigerde deze toestemming omdat hij niet als marginale zelfstandige kan worden aangemerkt, gezien de omvang van zijn activiteiten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Appellant voerde aan dat hij zich vergist had bij het invullen van het aantal uren vanwege een gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal, en dat hij feitelijk minder dan 24 uur per week werkt.
De Raad oordeelt dat appellant de taal voldoende beheerst, gezien de consistente en gedetailleerde antwoorden op de vragenlijst. Bovendien is het opgegeven aantal uren niet evident onjuist. Daarom is appellant geen marginale zelfstandige en kan hij zijn activiteiten niet met behoud van bijstand voortzetten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen toestemming krijgt om als marginale zelfstandige met behoud van bijstand te werken.