ECLI:NL:CRVB:2018:280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens hennepkwekerij deels vernietigd wegens onvoldoende bewijs
Appellant ontving bijstand vanaf 20 september 2012 en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Naar aanleiding van een politiebericht over een hennepkwekerij in zijn woning werd een onderzoek ingesteld. Op 21 februari 2014 trof de politie 771 hennepplanten aan en stelde vast dat eerdere oogsten hadden plaatsgevonden. Het college trok daarop bijstand in vanaf 20 september 2012 en vorderde terugbetaling van kosten.
Appellant voerde aan dat het college ten onrechte aannam dat de hennepkwekerij gedurende de gehele periode actief was. De Raad oordeelde dat het college onvoldoende bewijs had geleverd voor activiteiten vóór 1 januari 2014 en na 21 februari 2014. Het politierapport ontbrak en het frauderapport bood geen concrete feiten over eerdere oogsten of de staat van de kwekerij.
De Raad vernietigde daarom het besluit tot intrekking van de bijstand voor de genoemde perioden en het terugvorderingsbesluit. Het college moet een nieuwe beslissing nemen over de terugvordering voor de periode waarin de kwekerij wel aannemelijk was. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand over de periode 20 september 2012 tot 1 januari 2014 en 21 februari 2014 tot 19 januari 2015 wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.