ECLI:NL:CRVB:2018:2803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard wegens onduidelijkheid over bestreden besluit in IOAW-uitkeringszaak
Appellant ontving vanaf 2012 een IOAW-uitkering. Na ontmanteling van een hennepkwekerij in zijn woning in 2015 stelde het college vast dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden en trok het de uitkering over een bepaalde periode in, vorderde de kosten terug en kondigde een boete aan.
Appellant diende een bezwaarschrift in tegen de opgelegde boete, maar maakte niet duidelijk dat hij ook bezwaar maakte tegen het intrekkings- en terugvorderingsbesluit. Het college handhaafde het besluit en legde een boete op van €50.
De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift alsnog niet-ontvankelijk omdat het niet gericht was tegen het intrekkingsbesluit. In hoger beroep betoogde appellant dat het bezwaarschrift tegen beide besluiten was gericht, maar de Raad oordeelde dat dit niet uit het bezwaarschrift blijkt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad wees erop dat appellant de verwarring had kunnen ophelderen bij het college en dat het risico van onduidelijkheid voor rekening van appellant komt. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het bezwaarschrift van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet gericht was tegen het intrekkings- en terugvorderingsbesluit.