ECLI:NL:CRVB:2018:2809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake indicatie langdurige zorg
Verzoekster, verstandelijk beperkt en met diverse gezondheidsproblemen, vroeg om een voorlopige voorziening om zorg te ontvangen waarop zij dringend is aangewezen. Zij was geïndiceerd voor zorgprofiel VG 04, maar wenste een hoger zorgprofiel VG 06 vanwege een overbelaste zorgsituatie.
De rechtbank had eerder het beroep tegen het beëindigen van de zorgindicatie gegrond verklaard, maar CIZ stelde later een herziene indicatie vast met terugwerkende kracht. Verzoekster handhaafde haar verzoek om voorlopige voorziening, stellende dat de huidige indicatie onvoldoende was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen zodanig spoedeisend belang was om de voorlopige voorziening toe te kennen. De zorg werd voortgezet door de zorgboerderij, ondanks het beëindigen van het pgb, en de nieuwe indicatie maakte het mogelijk de zorg te betalen. De behandeling van de hoofdzaak kon daarom worden afgewacht.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een zwaarwegend spoedeisend belang.